(Uit: wat je baby vertelt, Tracy Hogg)

TIP: pak pen en papier. Schrijf hierop onder elkaar 1 – 2 – 3 – 4 – 5 en turf je antwoorden bij het juiste cijfer.


Inleiding

Het is mijn ervaring dat er grofweg vijf categorieën zijn waar de meeste baby’s in passen. Ik heb ze Engelachtig, Volgens-het-boekje, Gevoelig, Pittig, en Mopperig genoemd. Er volgt van elke groep een beschrijving. Om je te helpen goed naar je baby te kijken, heb ik twintig multiple choice-vragen gemaakt die toepasbaar zijn op de gezonde baby’s in de leeftijd van vijf dagen tot acht maanden.

Je moet daarbij bedenken dat er tijdens de eerste twee weken nog schijnbare veranderingen in temperament kunnen optreden, maar die zijn meestal tijdelijk. Zo heeft besnijdenis (die vaak op de achtste dag uitgevoerd wordt) of een tijdelijke aandoening als geelzucht, waarvan de baby slaperig wordt, invloed op zijn gedrag.

Ik stel voor dat jij en je partner de vragen apart beantwoorden. Ben je alleenstaand ouder, vraag dan hulp aan een van je eigen ouders, een broer, zus of een ander familielid, een goede vriend, iemand van het consultatiebureau — kortom, iemand die je baby een beetje kent.
Waarom is het nodig dat twee mensen de vragenlijst invullen?
Om te beginnen garandeer ik je dat jij en je partner ieder een andere kijk hebben op je kind. Tenslotte kijken geen twee mensen op dezelfde manier.

Ten tweede gedragen baby’s zich anders bij andere mensen. Dat is gewoon een feit.
Ten derde projecteren we ons zelf graag op de baby en identificeren we ons soms sterk met hem. Op die manier zien we alleen wat we willen zien.

Zonder het te beseffen concentreer je je misschien op bepaalde karaktertrekken, of ben je er juist blind voor. Was je zelf een verlegen kind en ben je veel geplaagd, dan hecht je wellicht te veel waarde aan het feit dat je baby huilt in het bijzijn van vreemden. De gedachte dat je baby hetzelfde zou moeten doormaken doet pijn, nietwaar? Geloof het of niet, maar als we naar onze baby’s kijken, denken we ver vooruit. En we identificeren ons met hem. De eerste keer dat zo’n klein mannetje zijn hoofd optilt, roept papa: ‘Kijk dat voetballertje nou toch.’ En als het ventje zich door muziek laat troosten, zegt mama, die al vanaf haar vijfde piano speelt: ‘Je kunt merken dat hij net zo muzikaal is als ik.’ Maak alsjeblieft geen ruzie als jullie antwoorden sterk uiteenlopen. Het is geen wedstrijd om te zien wie het slimst is, of de baby al het best kent. Het is een hulpmiddel om het kleine wezentje dat in jullie leven is gekomen beter te begrijpen. Nadat je volgens onderstaande aanwijzingen de score hebt berekend, kun je zien welke beschrijving het best bij jouw baby past. Natuurlijk zijn er baby’s die een beetje van dit en een beetje van dat laten zien. Het is niet de bedoeling je baby een etiket op te plakken – dat is zo onpersoonlijk –, maar om je enig inzicht te geven in de dingen die ik van baby’s beschrijf. Huilpatronen, reacties, slaappatronen en aanleg – allemaal zaken die je uiteindelijk helpen vast te stellen wat jouw baby nodig heeft.

De vragen

Kies bij elk van de onderstaande vragen het geschiktste antwoord – met andere woorden: het antwoord dat MEESTAL van toepassing is op jouw baby.

Mijn baby

  1. huilt zelden
  2. huilt alleen wanneer hij honger heeft, moe is of te druk is geweest
  3. huilt zonder aanwijsbare oorzaak
  4. huilt hard en raakt, als ik er geen aandacht aan schenk, helemaal overstuur
  5. huilt veel

Als het tijd is om te gaan slapen,

  1. ligt mijn baby rustig in zijn wiegje en valt hij vanzelf in slaap
  2. slaapt hij binnen twintig minuten
  3. Jammert hij een beetje, lijkt in slaap te vallen, maar schrikt dan weer wakker
  4. is hij erg onrustig en wil hij gewiegd of vastgehouden worden
  5. gaat hij huilen en lijkt het wel of hij niet neergelegd wil worden

Als hij ’s morgens wakker wordt,

  1. huilt mijn baby zelden
  2. Ligt hij te kraaien en om zich heen te kijken
  3. wil hij aandacht, anders gaat hij huilen
  4. Schreeuwt hij
  5. jammert hij

Mijn baby lacht

  1. naar alles en iedereen
  2. als je hem aan het lachen maakt
  3. als je hem aan het lachen maakt, maar hij kan ook zomaar gaan huilen
  4. veel en hij gebruikt zijn stem graag om harde babygeluiden te maken
  5. onder de juiste omstandigheden

Wanneer ik mijn baby ergens mee naartoe neem,

  1. is hij erg gemakkelijk
  2. is hij makkelijk zolang het maar niet te druk om hem heen is
  3. is hij onrustig en huilerig
  4. vraagt hij voortdurend mijn aandacht
  5. wil hij niet graag steeds worden beetgepakt

Wanneer een vriendelijke vreemde tegen mijn baby kirt,

  1. lacht hij meteen
  2. duurt het even voor hij lacht, maar het gebeurt wel
  3. krimpt hij ineen en gaat hij soms huilen
  4. gaat hij ook lawaai maken
  5. begint hij te huilen

Bij een hard geluid, van een dichtslaande deur of hondengeblaf

  1. trekt hij zich daar niets van aan
  2. laat hij merken dat hij het hoort, maar reageert hij niet
  3. krimpt hij ineen en gaat hij soms huilen
  4. gaat hij ook lawaai maken
  5. begint hij te huilen

Toen ik mijn baby de eerst keer in bad deed,

  1. voelde hij zich als een vis in het water
  2. was hij even verbaasd, maar daarna vond hij het heerlijk
  3. reageerde hij gevoelig, bibberde hij en leek hij bang
  4. werd hij wild en sloeg hij met zijn armpjes en beentjes om zich heen
  5. vond hij het vreselijk, hij moest huilen

De lichaamstaal van mijn baby is typisch

  1. ontspannen en alert
  2. meestal ontspannen
  3. gespannen en erg gevoelig voor prikkels
  4. onbeheerst; zijn armen en benen slaan alle kanten op
  5. stijf; zijn armen en benen zijn vaak gestrekt

Mijn baby maakt harde, agressieve geluiden

  1. af en toe
  2. alleen in spelsituaties als hij opgewonden is
  3. bijna nooit
  4. vaak
  5. wanneer hij boos is

Wanneer ik mijn baby verschoon, hem in bad doe of aankleed,

  1. reageert hij daar nauwelijks op
  2. moet ik kalm aan doen en hem aangeven wat er gaat gebeuren
  3. wordt hij humeurig en reageert hij alsof hij niet graag bloot is
  4. kronkelt hij alle kanten op en probeert hij de spullen van de aankleedtafel eraf te gooien
  5. is het een zware strijd — hij heeft er een grondige hekel aan

Wanneer ik plotseling met mijn baby in het felle licht kom,

  1. reageert hij daar nauwelijks op
  2. schrikt hij soms
  3. begint hij driftig met zijn ogen te knipperen en probeert hij zijn gezicht weg te draaien
  4. wordt hij erg opgewonden
  5. reageert hij geïrriteerd

Als je flesvoeding geeft: tijdens de voedingen

  1. zuigt de baby goed, is hij wakker en heeft hij de fles meestal binnen twintig minuten leeg
  2. tijdens een groeispurt is het soms anders, maar over het algemeen is hij een goede eter
  3. wriemelt hij veel en doet hij erg lang over een fles
  4. grijpt hij naar de fles en zou hij zich overeten als hij de kans had
  5. is hij humeurig en duurt het erg lang voor de fles leeg is

Als je borstvoeding geeft: tijdens het voeden

  1. hapt hij meteen goed toe; al vanaf de eerste dag
  2. duurde het een paar dagen voor hij de tepel goed in zijn mond nam, maar nu gaat het uitstekend
  3. wil hij voortdurend sabbelen, maar laat hij de tepel steeds los, alsof hij vergeten is hoe hij moet drinken
  4. gaat het goed zolang ik hem vasthoud zoals hij dat wil
  5. jammert hij en is hij rusteloos, alsof ik niet genoeg voeding heb

De uitspraak die de communicatie tussen mij en mijn baby het best omschrijft is:

  1. Hij laat me precies weten wat hij nodig heeft
  2. Meestal begrijp ik wel wat hij wil
  3. Ik weet het niet zo goed en soms moet hij huilen
  4. Hij laat luid en duidelijk merken wat hij wel of niet wil
  5. Hij vraagt door hard te huilen om aandacht

Wanneer we ergens heen gaan waar veel familie is en iedereen hem wil vasthouden,

  1. past hij zich makkelijk aan
  2. wil hij niet even graag bij iedereen op schoot
  3. huilt hij als te veel mensen hem pakken
  4. huilt hij, of probeert zich los te wurmen, als hij zich niet prettig voelt
  5. wil hij alleen maar bij papa of mama op de arm

Als we na een uitstapje thuiskomen,

  1. past mijn baby zich meteen weer aan
  2. moet hij even wennen
  3. is hij onrustig
  4. is hij erg opgewonden en moet hij gekalmeerd worden
  5. is hij boos en voelt hij zich ellendig

Mijn baby

  1. vermaakt zich lange tijd achtereen door naar dingen te kijken, al zijn het maar de spijlen van het ledikant
  2. kan ongeveer een kwartier alleen spelen
  3. vermaakt zich slecht wanneer hij op onbekend terrein is
  4. heeft veel stimulans nodig om zich te vermaken
  5. laat zich slecht vermaken

Het opvallendste aan mijn baby is dat hij

  1. zich voorbeeldig gedraagt
  2. zich precies volgens het boekje ontwikkelt
  3. overal gevoelig op reageert
  4. agressief is
  5. mopperig is

Het lijkt of mijn baby

  1. zich alleen veilig voelt in zijn eigen bed
  2. het liefst in zijn eigen bed ligt
  3. zich niet veilig voelt in zijn eigen bed
  4. onrustig wordt in bed, alsof hij zich opgesloten voelt
  5. niet naar bed wil

De opmerking die mijn baby het best omschrijft is:

  1. Zo kun je er wel tien hebben, je hoort hem niet
  2. Hij is gemakkelijk te hanteren en zijn gedrag is voorspelbaar
  3. Het is een gevoelig kindje
  4. Ik hou mijn hart vast; zodra hij kan kruipen is hij vast niet meer te houden
  5. Hij is een ‘oude ziel’ – hij gedraagt zich of hij hier al eerder is geweest

Uitkomst

Om je uitkomst te berekenen, kun je de cijfers op een papiertje schrijven en turven hoe vaak je elke letter aangekruist hebt.

1 = Engelachtige baby
2 = Volgens-het-boekje-baby
3 = Gevoelige baby
4 = Pittige baby
5 = Mopperige baby

De verschillende types onder de loep

De kans is groot dat je een of twee letters vaker hebt aangekruist dan de andere. Bedenk bij het lezen van de onderstaande profielschetsen dat we het hier hebben over hoe je in het algemeen in de wereld staat, niet over stemmingswisselingen zoals die zich voordoen wanneer de baby last heeft van buikkrampjes of bij grote sprongen voorwaarts, zoals het krijgen van tanden. Waarschijnlijk herken je je baby in deze grove schetsen, misschien een beetje uit de ene en een beetje uit de andere. Lees alle vijf de beschrijvingen. Ik heb bij ieder type een voorbeeld van een baby die naadloos op de beschrijving past.

De engelachtige baby.

Zoals je je kunt voorstellen, is dit een baby zoals elke zwangere vrouw in gedachten heeft: voorbeeldig. Paulien is zo’n baby: zachtmoedig. Ze lacht altijd en is nooit veeleisend. Ze is een open boek. Een vreemde omgeving maakt haar niet aan het schrikken en ze kan overal mee naartoe genomen worden, Voeden, spelen en slapen zijn geen probleem en als ze wakker wordt huilt ze zelden. ‘s Morgens ligt Paulien in de wieg wat te keuvelen tegen een knuffel of ze bestudeerd de strepen op het behang. Een engelachtige baby is heel goed in staat zichzelf te troosten, maar als hij oververmoeid is, misschien omdat zijn signalen verkeerd werden begrepen, is het genoeg als je hem tegen je aan drukt en zegt: ‘Ik weet dat je erg moe bent.’ Als je hem dan in bed legt, een muziekdoosje aanzet, zorgt dat het rustig en donker om hem heen is, zal hij kalmeren en vanzelf in slaap vallen,

De voIgens-het-boekje-baby.

Dit is onze voorspelbare baby, en als zodanig makkelijk hanteerbaar. Olivier doet alles op tijd en stelt ons nooit voor verrassingen. Hij bereikt elke mijlpaal precies op tijd — slaapt met drie maanden de hele nacht door, draait zich om als hij vijf maanden is en zit als hij een haljaar oud is. Op geregelde tijden heeft hij een groeispurt: periodes waarin zijn eetlust enorm toeneemt omdat hij veel aankomt, of een sprong in zijn ontwikkeling maakt. Hij kan zichzelf even — ongeveer een kwartier — bezighouden als hij nog maar een week oud is en ligt vaak kraaiend om zich heen te kijken. Lach je tegen hem, dan lacht hij terug. Hoewel Olivier, net als in het boekje staat, af en toe moppert, is hij snel te troosten. Hij valt ook makkelijk in slaap.

De gevoelige baby.

Voor een uiterst gevoelige baby als Michael is de wereld een eindeloze bron van uitdagingen voor zijn zintuigen. Hij krimpt ineen als er buiten een auto start, als de tv staat te blèren of de hond van de buren aanslaat. Bij fel licht knippert hij met zijn oogjes, of hij probeert zijn hoofd weg te draaien. Soms huilt hij zonder aanwijsbare oorzaak, zelfs tegen zijn moeder, Op die momenten roept hij eigenlijk (in zijn babytaaltje): ‘Ik heb er genoeg van, ik wil rust.’ Als hij van hand tot hand gegaan is of op stap is geweest wordt hij vaak onrustig. Hij kan zichzelf een paar minuten alleen vermaken, maar heeft de verzekering nodig dat er een vertrouwd persoon, papa of mama, in de buurt is. Omdat zo’n soort baby graag sabbelt, kan zijn moeder denken dat hij erg hongerig is, terwijl hij met een speen ook tevreden zou zijn. Tijdens de voedingen kan hij erg wild worden, alsof hij vergeten is hoe het moet. Michael heeft er ‘s middags en ‘s avonds vaak moeite mee in slaap te vallen. Omdat hun lichaam zo gevoelig is, raken deze kinderen snel ontregeld. Te lang slapen, een voeding overslaan, onverwacht bezoek, mee uitgaan, andere voeding — allemaal zaken waarvan Michael overstuur kan raken. Om een gevoelige baby te troosten, moet je een baarmoeder nabootsen. Baker hem stevig in, leg hem over je schouder, maak vlak bij zijn oor kalmerende geluidjes (sh… sh… sh, als het geluid van het bloed in de baarmoeder) en klop hem zachtjes op zijn rug, als een hartslag. (Dit werkt natuurlijk bij alle baby’s, maar met een gevoelige baby is dit het best.) Hoe eerder je de huiltjes en signalen van een gevoelige baby leert verstaan, hoe gemakkelijker het leven wordt. Deze baby gedijt het best op gelijkmatigheid en voorspelbaarheid – nee, dank je, liever geen verrassingen.

De pittige baby.

Deze baby weet meteen na zijn geboorte wat hij wel en wat hij niet wil, en aarzelt niet jou dat te laten weten. Baby’s als Karin laten zich horen en lijken soms bijna agressief. Zodra ze ‘s morgens wakker is, begint ze om haar vader of moeder te roepen. Ze heeft er een grote hekel aan om in een plas- of poepluier te liggen en roept luidkeels om een verschoning. Ze gebruikt sowieso haar stem veel en kraait en brabbelt dat het een lieve lust is. Haar lichaamstaal is niet altijd even soepel. Karin moet meestal gebakerd worden, omdat haar rondmaaiende armen en benen haar uit de slaap houden. Als ze begint te huilen en het cirkeltje niet doorbroken wordt, is er geen houden meer aan. Door haar eigen gehuil gaat ze nog harder huilen, tot ze helemaal over haar toeren is. Een pittige baby kan al heel snel zelf de fles vasthouden en merkt andere baby’s op voor zij hem in de gaten hebben. Zodra hij dingen stevig kan beetpakken, zal hij ook het speelgoed van andere kinderen proberen te grijpen.

De mopperige baby.

Volgens mij zijn baby’s zoals Kevin hier al eerder geweest — het zijn zogenoemde ‘oude zielen’ — en ze vinden het helemaal niet leuk dat ze weer teruggekomen zijn. Natuurlijk kan ik het mis hebben, maar deze baby’s zijn nu eenmaal mardy, zoals we in Yorkshire zeggen: verbeten, boos op de hele wereld en dat zullen ze je laten weten ook. (Mijn medeauteur vertelt me dat het Jiddische woord hiervoor farbissiner is.)
Kevin jammert ‘s ochtends, lacht over het algemeen heel weinig en valt iedere avond weer moeilijk in slaap. Het is voor zijn moeder een hele toer om een oppas te vinden die terug wil komen omdat ze zich het slechte humeur van dit mannetje persoonlijk aantrekken. In het begin had hij een vreselijke hekel aan het bad en verzette hij zich heftig tegen verschonen en aan en uitkleden Zijn moeder heeft geprobeerd borstvoeding te geven, maar het toeschietreflex (de snelheid waarmee de melk toeschiet en door de tepel naar buiten komt) was wat traag en Kevin was ongeduldig. Hoewel ze nu overgegaan is op de fles, blijven de voedingen moeilijk doordat Kevin zo humeurig reageert. Vaders en moeders van een mopperige baby hebben heel wat geduld nodig hem te kalmeren. Hij is vaak erg boos en huilt dan hard en Iang. De sh… sh… sh geluiden moeten zijn gehuil overstemmen. Ze hebben er een hekel aan gebakerd te worden en laten dat horen. Als een mopperige baby totaal overstuur is, vervang dan het sh… sh… sh door een ritmisch: ‘Het is al goed, het is al goed, het is al goed’, en wieg hem van voor naar achteren.

Tip: Beweeg bij het wiegen van al deze typen baby’s van voor naar achteren en niet op en neer, of heen en weer. In de baarmoeder werd de baby als jij liep ook van voor naar achteren bewogen. Dus die vertrouwde beweging troost hem het best.

(Uit: ‘Wat je baby vertelt’ van Tracy Hogg)